Routebeschrijving
San Marco in Lamis werd gesticht door de Longobarden op een heuvel ongeveer 9 kilometer van San Giovanni Rotondo, en was in het verleden een belangrijk Benedictijns, vervolgens Cisterciënzer en tenslotte Franciscaans centrum.
Bezienswaardigheden
Route
Het klooster ligt op een prachtige positie, verborgen in het groen van het omliggende bos.
Het stadje (beter gezegd, de nederzetting) stamt met grote waarschijnlijkheid uit de 10e-11e eeuw, en is gebouwd toen herders erin slaagden hun toevlucht te vinden tussen de moerassen (lamae) in het gebied, om te ontkomen aan de invallen van de Saracenen.
In de tijd van de verschijningen van de aartsengel Michaël diende het klooster al als hospitium en tijdelijk onderkomen op de "Via Sacra Langobardorum" (de pelgrimsweg van de Longobarden), waar pelgrims zich ophielden alvorens verder te gaan naar de Monte Sant'Angelo. De Benedictijnen veranderden het hospitium voor pelgrims in een abdij, die één van de belangrijkste etappes bleef van de bedevaartstocht. Vervolgens kwam het klooster rond 1300 in handen van Cisterciënzers en in 1578 werd het tenslotte overgenomen door de Franciscanen. Tegen het einde van de vijftiende eeuw / aan het begin van de zestiende eeuw arriveerde een reliek van de apostel Matheus, afkomstig uit Salerno waar zijn lichaam begraven was. Vanaf dat moment werd deze plaats het klooster San Matteo genoemd, en niet meer San Giovanni in Lamis. Het werd bovendien een plaats waar filosofie en theologie werden gestudeerd.
Aan de buitenkant en in zijn structuur conserveert het klooster nog de eenvoud van de Benedictijnse gebouwen: een lange gang, verlicht door ramen die uitkijken op de kloosterhof, leidt naar de kerk. De kloosterhof, die in de tijd van de Benedictijnen misschien vier portieken had, werd door de Franciscanen verbouwd, die ook de oude put vernieuwden.
De kerk heeft slechts één schip, met een tongewelf met lunetten; in de zijkapellen zijn barokke altaren ondergebracht. In de nis op het hoofdaltaar staat een houten beeld van de apostel Matheus, waarin kunsthistorici oorspronkelijk een zegenende Christus (XIIIe eeuw) zien.
In de voormalige stallen is tegenwoordig de bibliotheek van het klooster met meer dan 60.000 volumes ondergebracht: hieronder bevinden zich enkele wiegendrukken, 150 boeken uit de zestiende eeuw en de bezittingen van de Franciscanen. De bibliotheek heeft ook een antiquarium met Daunische en prehistorische vondsten. In andere vertrekken, die op dit moment gerestaureerd worden, zal het Museum voor Kerkelijke Kunst (Museo di Arte Sacra) ondergebracht worden, dat aangevuld zal worden met de verzamelingen meubels, paramenten, ex-voto schenkingen, enz., die in het klooster worden bewaard. Een bezoek waard is ook de artistieke, tot in de details verzorgde kerststal.
|
The original hamlet most probably dates back to the 10th-11th centuries, and it was built by shepherds who found refuge from the Saracen incursions in the marshland (in latin called lamae).
In the past, at the time of Saint Michael the Archangel's apparitions, the convent was one of the stops of the "Via Sacra Langobardorum"; thus, it was a place where pilgrims would rest and find temporary shelter before reaching Monte Sant'Angelo: it was a proper hospice. The Benedictines changed the hospice into abbey and it remained one of the main stops for pilgrims. Then, in the 14th century, the convent became Cistercian and it was not until the year 1578 that it was run by the Franciscans. Towards the end of the 15th century and the beginning of the 16th, a relic of Saint Matthew the Apostle was brought to the convent from the city of Salerno where the Apostle's body had been buried. From that moment onwards, the location was marked as the convent of San Matteo and no longer as that of San Giovanni in Lamis. It also became a center of philosophical and theological studies.
In terms of its external appearance and structure, the convent still preserves the typical simplicity of all Benedictine buildings: a long corridor lighted by large windows looking onto the cloister and leading to the church. The cloister, to which a four-sided portico was probably added during the Benedictine period, was readapted by the Franciscans, who erected a well-head to replace the previous facility.
The church has one nave, with a lunette-barrel vault; on the two side walls, baroque altars were erected in niches.
The shrine on the high altar contains a wooden statue of Saint Matthew; scholars believe it to be a disguised Christ in the act of blessing (13th century).
The ancient stables and sheepfolds today host the convent library with over 60,000 volumes: among these, it is worth mentioning several incunabula, one hundred and fifty 16th-century editions, and the Franciscan library stocks. The library also houses an antiquarium containing pre-historic and Daunian findings. Other rooms currently undergoing restoration will house the Museum of Sacred Art which will be enriched with the many collections of furniture, vestments, votive offerings, etc., that are currently preserved at the convent. The collection also contains an artistic nativity ccene with strikingly fine details. |